Interculture mini-taaltrainer Frans
(gratis download)

Gratis

Gratis MP3 download met training Nederlands-Frans (ca. 15 minuten)
Voor beginners en gevorderden, met inspreekpauzes en uitspraakcorrecties.

Niet in voorraad

Gratis MP3 download met training Nederlands-Frans (ca. 15 minuten)

Voor beginners en gevorderden, met inspreekpauzes en uitspraakcorrecties

Download hier de gratis Interculture mini-taaltrainer Frans MP3 (23 MB)
(klik eventueel op rechter muisknop > opslaan als…)

Deze mini-taaltrainer download is een selectie uit de

Interculture taaltrainer Frans 3 CD’s

levertijd 1-4 werkdagen
3 audio CD’s | 2008 | teksten PDF
ISBN 978-90-79522-01-9
prijs € 39,95 + gratis verzending

CD 1 woordtrainer Frans | 73 min. | 1500 woorden N-F
CD 2 werkwoordtrainer Frans | 40 min. 160 werkwoorden N-F
CD 3 gesprektrainer Frans | 48 min. | 360 zinnen N-F

voor beginners en gevorderden | met inspreekpauzes en uitspraakcorrecties

woordtrainer CD 1

 
laatste dernier(s)/dernière(s)
langs/door par
maar mais
maken/doen faire
tot straks à tout à l’heure
tot de volgende keer à la prochaine/à la prochaine fois
(ik hoop u weer te zien j’espère vous revoir)
(dank voor uw hulp merci de votre aide)
grondig à fond/profondément
nauwelijks à peine
bedreven (in)/deskundig expert
bedroefd navré/triste
begaafd doué
bekwaam capable
aan boord van à bord de
aan de achterkant sur le côté arrière
aan de voorkant sur le devant
wat voor weer is het? quel temps fait-il?
in de vakantie pendant les vacances
half april à la mi-avril
om 3 uur à trois heures
van 11 tot 4 de onze heures à seize heures
over 5 dagen dans cinq jours
binnen 5 dagen dans les cinq jours
wanneer bent u geboren? quelle est votre date de naissance?
wanneer bent u jarig? quel est le jour de votre anniversaire?
duurder plus cher
goedkoper moins cher/meilleur marché
hoe lang gaat het duren? ça va prendre combien de temps?
hoe gaat het met u? comment allez-vous?


werkwoordtrainer CD 2

 
U gaat nu de volgende
4 basisvervoegingen trainen:
 
1. ik ga (zal) bestellen = je vais   commander
2. ik bestel = je commande
3. wij bestellen = nous commandons
4. ik heb besteld = j’ai commandé
Als u deze “basisvervoegingen” eenmaal kent, dan hebt u daarna geen enkele moeite meer met de andere persoonsvormen in die tijden: u kunt ze hier immers weer van afleiden.
   
kopen  je vais acheter j’achète 
nous achetons j’ai acheté
houden van je vais aimer j’aime
nous aimons j’ai aimé
gaan je vais aller je vais
nous allons je suis allé(e)
leren je vais apprendre j’apprends
nous apprenons j’ai appris
wachten je vais attendre j’attends
nous attendons j’ai attendu
ontvangen je vais accueillir j’accueille
nous accueillons j’ai accueilli
aankopen/verkrijgen je vais acquérir j’acquiers
nous acquérons j’ai acquis
opmerken je vais apercevoir j’aperçois
nous apercevons j’ai aperçu

gesprektrainer CD 3

Ik ben blij u te zien.
Je suis content de vous voir.

 
Hebt u een goede reis gehad?
Vous avez fait bon voyage?

 
We gaan weg.
Nous allons partir.
 
Het is tijd om te gaan.
C’est l’heure de partir.
 
Ik zou mij even willen voorstellen.
Permettez-moi de me présenter.
 
Ik ben…(noem uw naam). Dit is mijn kaartje.
Je suis … Voici ma carte.
 
Ik heet u van harte welkom.
Je vous souhaite la bienvenue.
 
U bent welkom.
Vous êtes les bienvenu(e)s le(la) bienvenu(e).

 
Hoe heet u?
Comment vous appelez-vous?
 
Wat is uw (achter)naam ook al weer?
Quel est votre nom (de famille) déjà?
 
Neem me niet kwalijk, mijnheer. Mag ik even storen?
Pardon, monsieur. Excusez-moi de vous déranger?

 
Wordt u al geholpen?
On s’occupe de vous?
 
Zo. Ik hoop u binnenkort terug te zien.
Voilà. J’espère vous revoir bientôt.
 
Ik bedank u voor alles.
Je vous dis merci pour tout.
 
Graag gedaan.
Je vous en prie.
 
Ik ben het met u eens.
Je suis d’accord avec vous.

 
Dat is niet zo.
Ce n’est pas vrai.
 
Ik heb uw mail niet binnen gekregen.
Je n’ai pas reçu votre courriel.
 
Zou ik de heer Yvetot kunnen spreken?
Est-ce que je pourrais parler à

Monsieur Yvetot?
 
Met wie spreek ik?
Qui est à l’appareil?
 
Ik geloof dat het waar is.
Je crois que c’est vrai.
 
Ik vergelijk die twee rapporten.
Je compare ces deux dossiers.
 
Ik vraag het adres van dat hotel.
Je demande l’adresse de cet hôtel.
 
Ik nodig u vanavond uit op een borrel.
Je vous invite à venir prendre un verre ce soir.

 
Kunnen we ergens afspreken?
On pourrait se donner rendez-vous quelque part?
 
Neem mij niet kwalijk.
Je vous demande pardon.
 
Ik doe u een voorstel.
Je vous fais une proposition.

 
Wat een leuke verrassing!
Quelle bonne surprise!
 
Ik verzoek u niet te willen roken.
Je vous prie de ne pas fumer.